rem slaap

REM-slaap: wat gebeurt er tijdens deze slaapfase?

REM-slaap is de slaapfase waarin je ogen snel bewegen, je hersenen actief zijn en je vaak levendig droomt. Je spieren zijn dan grotendeels ontspannen. Deze fase komt meerdere keren per nacht terug en speelt waarschijnlijk een rol bij het verwerken van herinneringen en emoties.

De naam REM komt van het Engelse rapid eye movement, wat snelle oogbeweging betekent. De REM-slaap wordt ook wel droomslaap genoemd, al kun je ook tijdens andere slaapfases dromen.

Wat gebeurt er tijdens de REM-slaap?

Tijdens de REM-slaap zijn je hersenen actief, terwijl de meeste spieren in je armen, benen en romp tijdelijk nauwelijks kunnen bewegen. Dat helpt voorkomen dat je de bewegingen uit een droom echt uitvoert. Je ademhaling en hartslag kunnen ondertussen sneller en onregelmatiger worden.

Achter je gesloten oogleden maken je ogen snelle bewegingen. Je kunt in deze fase levendige dromen hebben, maar je hoeft die niet te onthouden. Of je een droom herinnert, hangt onder meer af van het moment waarop je wakker wordt.

De tijdelijke spierontspanning is normaal. Soms ben je al wakker terwijl je je nog even niet kunt bewegen. Dat heet slaapverlamming. Het kan eng aanvoelen, maar gaat meestal vanzelf over. Heb je er vaak last van of maakt het je bang, bespreek het dan met je huisarts.

Wanneer begint de REM-slaap?

Je begint de nacht meestal met non-REM-slaap. Daarin wisselen lichte en diepe slaap elkaar af. De eerste REM-fase begint vaak ongeveer 70 tot 90 minuten nadat je in slaap bent gevallen. Daarna keren non-REM-slaap en REM-slaap meerdere keren terug.

Een slaapcyclus duurt meestal ongeveer anderhalf tot twee uur. Dat is geen vaste tijd: de duur kan per persoon en per nacht verschillen. Ook verloopt niet elke cyclus precies hetzelfde.

Vroeg in de nacht is een REM-periode vaak kort. De eerste duurt ongeveer 10 minuten. Later in de nacht worden de REM-periodes meestal langer en kunnen ze ongeveer 30 tot 60 minuten duren. Als je vroeg moet opstaan of je nacht kort is, mis je daardoor mogelijk een deel van de langere REM-periodes.

Hoeveel REM-slaap heb je per nacht?

Bij volwassenen bestaat ongeveer 20 tot 25 procent van de slaap uit REM-slaap. Slaap je ongeveer acht uur, dan komt dat gemiddeld neer op ongeveer anderhalf tot twee uur. Dit is een richtlijn, geen minimum dat je elke nacht precies moet halen.

De hoeveelheid wisselt per nacht en hangt onder meer af van je leeftijd en totale slaapduur. Baby’s brengen relatief meer tijd door in een slaap die op REM-slaap lijkt. Bij volwassenen verandert de verdeling van slaapfases met de leeftijd.

Een slaaptekort kan ook invloed hebben op de verdeling. Na een periode met weinig REM-slaap kan je lichaam tijdelijk meer REM-slaap krijgen. Dat wordt soms een REM-inhaaleffect genoemd.

Waarom is REM-slaap belangrijk?

REM-slaap hangt samen met het verwerken van ervaringen en emoties. Ook lijkt deze fase een rol te spelen bij leren en het opslaan van herinneringen. Wetenschappers onderzoeken nog hoe deze processen precies werken en welke taak de REM-slaap daarin heeft.

REM-slaap en diepe slaap zijn verschillende fases. Tijdens de diepe slaap staat onder meer lichamelijk herstel op de voorgrond. Tijdens de REM-slaap zijn de hersenen juist actief en komen levendige dromen vaak voor. Geen van beide fases is op zichzelf voldoende voor een goede nachtrust.

Een enkele korte nacht met minder REM-slaap betekent niet meteen dat er iets mis is. Bij langdurig slecht of te weinig slapen kun je overdag wel last krijgen van bijvoorbeeld vermoeidheid, moeite met concentreren of prikkelbaarheid. Zulke klachten wijzen niet specifiek op een tekort aan REM-slaap.

Kun je je REM-slaap verbeteren?

Je kunt een REM-fase niet bewust aanzetten of precies verlengen. Wel kun je je slaap de ruimte geven, zodat je lichaam de verschillende fases kan doorlopen. Deze gewoontes kunnen daarbij helpen:

  • Sta rond dezelfde tijd op. Een regelmatig ritme helpt je lichaam herkennen wanneer het tijd is om te slapen en wakker te worden.
  • Maak voldoende tijd vrij voor slaap. Wie de nacht vroeg afbreekt, mist mogelijk juist de langere REM-periodes tegen de ochtend.
  • Beperk alcohol. Alcohol kan je slaperig maken, maar verstoort de slaap en kan de REM-slaap veranderen.
  • Let op cafeïne later op de dag. Koffie, energiedrank en sommige soorten thee kunnen het inslapen bemoeilijken.
  • Zorg voor rust in je slaapkamer. Een donkere, stille en koele kamer kan helpen om minder vaak wakker te worden.

Sommige medicijnen beïnvloeden de REM-slaap. Denk je dat een medicijn je slaap verstoort, bespreek dat dan met je arts. Stop er niet zelfstandig mee.

Wat kan een slaaptracker over je REM-slaap vertellen?

Een horloge of andere slaaptracker geeft meestal een schatting op basis van onder meer beweging en hartslag. Het apparaat meet slaapfases niet op dezelfde manier als een slaaponderzoek. Daardoor kan het aangeven dat je weinig of veel REM-slaap hebt, terwijl dat niet precies klopt.

Gebruik zo’n overzicht vooral om patronen te bekijken, niet om een diagnose te stellen. Een afwijkende nacht is op zichzelf geen reden tot ongerustheid. Blijf je moe ondanks voldoende tijd in bed, of heb je andere slaapklachten, bespreek dat dan met je huisarts.

Veelgestelde vragen over REM-slaap

Wat gebeurt er als je wakker wordt tijdens de REM-slaap?
Je kunt je droom dan beter herinneren, zeker als je midden in een levendige droom wakker wordt. Hoe uitgerust je je voelt, hangt niet alleen af van de slaapfase, maar ook van hoeveel en hoe goed je hebt geslapen.

Wat betekent het als je veel REM-slaap hebt?
Dat hoeft niet op een probleem te wijzen. De hoeveelheid verschilt per persoon en per nacht. Na slaaptekort kan tijdelijk meer REM-slaap voorkomen. Geeft een tracker veel REM-slaap aan, dan blijft dat een schatting.

Wat is een REM-slaapgedragsstoornis?
Bij deze slaapstoornis verslappen de spieren tijdens de REM-slaap niet genoeg. Daardoor kun je bijvoorbeeld praten, slaan of schoppen terwijl je droomt. Dat kan gevaarlijk zijn voor jezelf of je bedpartner. Bespreek zulke bewegingen met je huisarts. Die kan onderzoeken wat er aan de hand is en zo nodig doorverwijzen. De behandeling kan bestaan uit veiligheidsmaatregelen in de slaapkamer en soms medicatie.

Let bij je nachtrust vooral op het geheel, in plaats van op één getal van een tracker. Heb je regelmatig last van vermoeidheid, slaapverlamming of bewegingen tijdens dromen, dan kan je huisarts met je meekijken.

Scroll naar boven